Raadswerkgroepen

De Drechtraad heeft de mogelijkheid om ad hoc-commissies in te stellen. Deze commissies zijn ondersteunend aan de Drechtraad en kunnen zich richten op de voorbereiding, controle en besluitvorming of op het vergaren of uitwisselen van informatie.

Het instellen van een ad hoc-commissie
Ieder individueel (plaatsvervangend) Drechtraadslid of het Drechtstedenbestuur kan het initiatief nemen een ad hoc-commissie op te stellen. Een voorstel voor een op te stellen ad hoc-commissie bestaat uit:

  • een duidelijke doel-, rol- en taakomschrijving voor de commissie
  • de samenstelling en het voorzitterschap van de commissie
  • een tijdpad en vergaderfrequentie van de commissie
  • de wijze en frequentie waarop de communicatie en terugkoppeling naar de raad plaatsvindt
  • de wijze waarop de commissie door de Regiogriffie en de ambtelijke organisatie wordt ondersteund
  • de financi√ęle consequenties
  • een ontwerp raadsbesluit

Bij het instellen van de commissie bepaalt de Drechtraad of de vergaderingen van de commissie openbaar zijn. Een commissie heeft geen eigen budget.

Samenstelling
Een commissie kan bestaan uit Drechtraadsleden, plaatsvervangend Drechtraadsleden, lokale raadsleden en formeel lokaal benoemde burgerraadsleden. Voorwaarde is wel dat een aantal commissieleden Drechtraadslid is.
De bij het onderwerp betrokken portefeuillehouder is geen lid van de commissie maar wordt in beginsel wel uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie.

De voorzitter van de commissie is technisch voorzitter en is lid van de Drechtraad.

Ondersteuning
De regiogriffier (of een persoon die door haar is aangewezen) is secretaris van de commissie en procesbegeleider. Wanneer nodig wordt vanuit de Regiogriffie in beperkte mate aanvullende administratieve ondersteuning gegeven.
Wanneer een commissie ook behoefte heeft aan ambtelijke ondersteuning  (gericht op specifieke inhoudelijke kennis of vaardigheden), kan de voorzitter een verzoek doen bij de Drechtstedensecretaris.

Een ad hoc-commissie houdt op te bestaan zodra de Drechtraad een inhoudelijk besluit heeft genomen over het onderwerp van de commissie. In sommige gevallen stelt de Drechtraad een langere termijn voor de commissie vast.